ECLI:NL:GHSHE:2019:4941
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A.R.O. Mooy
- P.T. Gründemann
- G.J. Schiffers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens gebrek aan bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel bij witwassen
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €1.500,- en een betalingsverplichting opgelegd. Zowel de veroordeelde als het openbaar ministerie stelden hoger beroep in. Het openbaar ministerie vorderde een bedrag van €220.000,- als wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op witwassen van contante bedragen.
Het hof heeft het standpunt van het openbaar ministerie verworpen, omdat volgens vaste jurisprudentie het feit dat contante bedragen onderwerp waren van witwassen niet automatisch betekent dat deze bedragen als wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen worden aangemerkt. Daarnaast ontbraken in het dossier gegevens waaruit blijkt dat het aanvankelijk toegewezen bedrag van €1.500,- daadwerkelijk is betaald.
Op grond hiervan vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de ontnemingsvordering af, waardoor geen betalingsverplichting aan de staat wordt opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 29 mei 2019.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het wederrechtelijk verkregen voordeel.