Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de V.O.F.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna: [de V.O.F.] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 2] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 3]
4.[geïntimeerde 4] ,wonende te [woonplaats] ,hierna: [geïntimeerde 4] ,
[geïntimeerde 5],
wonende te [woonplaats] , Bondsrepubliek Duitsland,
6.Advocatenkantoor [advocatenkantoor] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van antwoord met producties/eiswijziging;
- het pleidooi, waarbij [appellante] en [geïntimeerde 3] c.s. pleitnotities hebben overgelegd;
6.De beoordeling
“Geldlening (…) hoofdelijk schuldig aan de schuldeiser, die deze schuldbekentenis aanneemt, een bedrag groot (…) €53.000,00”voor een tijdsduur die eindigt op 31 december 2015, tegen een rente van 3,5% per jaar.
Middels ondertekening dezes erkent [appellante] tot en met 25 oktober 2010 aan [de V.O.F.] verschuldigd te zijn een bedrag van € 111.924,78 (...).
Bij vestiging van het hypotheek- en pandrecht op 25 oktober 2010 (...) is een bedrag groot € 50.000,-- (...) van de vordering omgezet in een geldlening. De geldlening is verstrekt voor de tijdsduur die eindigt op 31 december 2015.
Het hof oordeelt als volgt.
7.De uitspraak
- i) de notariële akte van 25 oktober 2010,
- ii) de vaststellingsovereenkomst die op of omstreeks 30 december 2010 door [appellante] is gesloten met [de V.O.F.] ,
- iii) de vaststellingsovereenkomst die op of omstreeks 31 december 2010 door [appellante] is gesloten met de maatschap,
- iv) de akte inhoudende pandrecht op roerende zaken, waarmee [appellante] op grond van voornoemde vaststellingsovereenkomsten op of omstreeks 30 december 2010 roerende zaken aan [de V.O.F.] en de maatschap heeft verpand,