Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het geschil betreft een hoger beroep over partner- en kinderalimentatie tussen partijen die gescheiden zijn sinds 2012. De vrouw ontvangt een WAZ-uitkering en bezit vermogen uit nalatenschappen, terwijl de man directeur-grootaandeelhouder is van een landbouwbedrijf met aanzienlijke landbouwgrond.
De rechtbank had de partneralimentatie per 8 augustus 2016 op nihil gesteld en het verzoek van de vrouw tot verhoging afgewezen, terwijl de man verzocht had om vermindering van de kinderalimentatie. Het hof oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds 2013, waaronder de nalatenschap van de vrouw en de financiële situatie van de man.
Het hof stelt vast dat de vrouw geacht kan worden in haar eigen levensonderhoud te voorzien, mede door rendement op haar vermogen, en dat de man voldoende draagkracht heeft om kinderalimentatie te betalen. De kinderalimentatie wordt met ingang van 8 augustus 2016 vastgesteld op een bedrag van € 1.117,52 per maand, met zorgkorting van 15% wegens omgangsregeling. De partneralimentatie blijft nihil. Het incidenteel verzoek van de man om inzage in bepaalde stukken wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 8 augustus 2016 vastgesteld op € 1.117,52 per maand en de partneralimentatie blijft nihil.