Uit het ontbonden huwelijk van de ouders is de minderjarige geboren die sinds 2013 onder toezicht staat en sinds 2015 uit huis is geplaatst. De minderjarige verblijft sinds 2016 bij pleegouders en krijgt speltherapie vanwege haar belaste verleden en hechtingsproblemen.
De rechtbank had het gezag van beide ouders beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De vader is in hoger beroep gegaan tegen de beëindiging van zijn gezag en voerde aan dat hij met hulp voor zijn kind kan zorgen, dat de oorspronkelijke problemen niet meer bestaan en dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn gezag schadelijk is.
Het hof oordeelt dat de vader door zijn verstandelijke beperking onvoldoende pedagogische vermogens heeft om aan de complexe emotionele behoeften van de minderjarige te voldoen. De pleegouders bieden stabiliteit en veiligheid die de vader niet kan garanderen. Het doorbreken van de hechting met de pleegouders zou schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het kind.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank die het gezag van de vader beëindigt en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemt, waarbij het belang van continuïteit en stabiliteit voor de minderjarige voorop staat.