Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de pleegouder 2],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die het gezag over zijn minderjarige kind beëindigde en de Gecertificeerde Instelling (GI) tot voogd benoemde. De minderjarige is sinds 2016 uithuisgeplaatst en verblijft in een pleeggezin. De moeder is overleden in 2017.
De vader betoogt dat het gezag niet moet worden beëindigd omdat hij geschikt is als ouder en het contact met het kind goed is. De raad en GI benadrukken het belang van stabiliteit en continuïteit voor de minderjarige, die meerdere traumatische ervaringen heeft meegemaakt en sociaal-emotionele ondersteuning nodig heeft.
Het hof overweegt dat het gezag terecht is beëindigd op grond van artikel 1:266 BW Pro, vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en het ontbreken van voldoende opvoedingsvaardigheden bij de vader. De pleegouders bieden de noodzakelijke stabiliteit en veiligheid. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader en bevestigt de benoeming van de GI tot voogd.