Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Met de vrouw is het hof van oordeel dat de vrouw gehouden is haar aandeel in de onderwaarde van de woning aan de man (pas) te betalen op het moment van de goederenrechtelijke levering van de woning. De verdeling door de rechtbank van de diverse vermogensbestanddelen van de huwelijksgemeenschap wordt immers pas geëffectueerd door de noodzakelijke leveringshandelingen. De toedeling van de woning aan de man vindt plaats bij de notariële levering van de woning. Pas door levering van de woning aan de man en het ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld, ontstaat er voor de vrouw een betalingsverplichting uit overbedeling. Dat de vrouw sedert 1 januari 2018 reeds € 200,- per maand aflost aan de man, doet hier niet aan af.
Nu de man niet heeft betwist dat is overeengekomen dat de vrouw haar overbedelingsschuld met een aflosbedrag van € 200,- per maand mag voldoen, zal het hof bepalen dat de vrouw vanaf het moment van de notariële levering van de woning met (ten minste) dit bedrag per maand haar overbedelingsschuld aan de man dient te voldoen.