Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/317022/HA ZA 17-74)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- het H5-formulier d.d. 30 oktober 2018 namens [geïntimeerde] ;
- het H14-formulier d.d. 30 oktober 2018 namens [appellant] ;
- het H5-formulier d.d. 30 oktober 2018 namens [geïntimeerde] ;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
voorzieningenrechterheeft geoordeeld dat geen grond bestaat voor schorsing en heeft de vordering onder a) afgewezen. De vorderingen onder b, c en d zijn afgewezen omdat deze niet dan wel onvoldoende zijn onderbouwd. De proceskosten zijn gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
[geïntimeerde], samengevat, dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- het ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid (grief I);
- het onverkort voortduren van de huidige situatie en de eisen van redelijkheid en billijkheid (grief II, grief VI);
- de beperking van de vrouw in haar eigen financieringsmogelijkheden (grief III);
- het gevolg van betalingsachterstanden aan de zijde van [appellant] (grief IV);
- de overwaarde van de woning (grief V);
- de opdracht aan de makelaar (grief VII);
- de dwangsommen (grief VIII).
4.De uitspraak
9 april 2019voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant] over de actuele stand van zaken over het ontslag van [geïntimeerde] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, waarna [geïntimeerde] vervolgens op de rol van
7 mei 2019een antwoordakte kan nemen;