Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6088363 17-4601)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 7 februari 2018;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- een H16 formulier van 18 oktober 2019 van de zijde van [geïntimeerde] met daarbij de brief van M.F.J.M. van Rooy van 18 oktober 2019 inzake aanwezigheid van mr. dr. [getuige] bij het pleidooi van 1 november 2019;
- het pleidooi op 1 november 2019, waarbij de Gemeente Haaren pleitnotities heeft overgelegd en aan het hof vergrotingen van reeds bij memorie van grieven getoonde afbeeldingen heeft verstrekt;
3. De beoordeling
Op 5 april 2017 hebben wij geconstateerd dat u gebruik maakt van gemeentegrond door middel van bermbeplanting rondom uw perceel aan de [adres] . Deze strook grond heeft de kadastrale aanduiding [kadastrale aanduiding] sectie [sectieletter 2] , nummer [perceelnummer 2] en [perceelnummer 3] .
Ik geef u geen toestemming om deze beplanting te verwijderen. De beplanting staat inderdaad op gemeentegrond zoals u schrijft, maar deze heb ik daar gezet krachtens het voorpootrecht dat ik – net als de vorige eigenaren van mijn perceel – heb op de gemeentegrond voor mijn perceel.(…)”.
Wij stemmen ermee in en verlenen de voornoemde supplianten dat zij en elk van hen voor zijn erf, op en bij hun vroenten en gemeinten tot tachtig voeten ver vanaf hetzelfde erf herwaarts, zullen mogen zetten planten en poten, of doen zetten planten en poten, allerhande bomen hetzij eiken of berken of ander hout, en die daar staande houden en laten groeien om het te vertimmeren, te verbranden of te verkopen of anderszins gebruiken; te beheren en daarna wederom zetten planten en poten, en dat zo vaak als hen dat belieft en goeddunkt.
supplicatie van de ingezetenen van het dorp van [het dorp] in onze Meierij, onder de stad [de stad] gelegen.’ Het overige deel van de tekst geeft geen aanleiding om anders te oordelen.
Daarom hebben wij verordonneerd voor hun eeuwige bedurfenis en toekomst:
De veranderingen, welke ten gevolge der nieuwe wetboeken in de burgerlijke wetgeving zijn te weeg gebragt, hebben geen’ invloed op de regten, welke onder vroegere wetgevingen waren verkregen.”
die straten groot en wijd genoeg open blijven ten gerieve van hen die daar door moeten rijden (…)”.