ECLI:NL:GHSHE:2020:1031
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggaaf inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2016 ondanks geschil over maximumbijdrage
Belanghebbende was in 2016 deels werkzaam in loondienst en ontving daarnaast pensioen, waarbij beide inkomens afzonderlijk werden belast met inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet (Zvw). Hij stelde dat de teruggaaf van de te veel betaalde bijdrage te laag was vastgesteld en vorderde een hogere teruggaaf.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de werkgeversheffing en pensioenheffing correct waren berekend binnen de wettelijke maximumbijdragen en dat het gecombineerde bijdrage-inkomen van €79.139 lager was dan het door de wet gestelde maximumbijdrage-inkomen van €52.763, waardoor de teruggaaf juist was vastgesteld.
Het Hof verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.