Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond; en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft voor de jaren 2010 en 2011 aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd gekregen. Hij verzocht om ambtshalve vermindering van deze aanslagen, maar dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen omdat het na de wettelijke vijfjaarstermijn was ingediend. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar ook dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de Rechtbank.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de vijfjaarstermijn niet van toepassing zou zijn vanwege het belastingverdrag Nederland-Marokko en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het Hof oordeelde echter dat de brief van 5 oktober 2014 niet als een verzoek om ambtshalve vermindering kon worden opgevat, maar als een pro forma bezwaar. Verder is vastgesteld dat het verzoek om ambtshalve vermindering pas in 2017 werd ingediend, na afloop van de vijfjaarstermijn.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde dat de Inspecteur terecht het verzoek om ambtshalve vermindering heeft afgewezen. Er was geen sprake van schending van het belastingverdrag of van beginselen van behoorlijk bestuur die tot een andere uitkomst zouden leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering bevestigd wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn.