Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,weduwe en erfgename van [de overleden echtgenoot]
,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4] ,
[geïntimeerde 5] ,
[geïntimeerde 6] ,
[geïntimeerde 7] ,
de erven van [geintimeerde 8] ,
[geïntimeerde 8 sub a] ,
[geïntimeerde 8 sub b] ,
[geïntimeerde 8 sub c] ,
[geïntimeerde 9] ,
[geïntimeerde 10] ,
[geïntimeerde 11] ,
1. Het geding in eerste aanleg bij verstek (zaak-/rolnummer C/03/196311/HA ZA 14-555) en in verzet (zaak-/rolnummer C/03/204264/HA ZA 15-182)
2.Het geding in hoger beroep
- het arrest van dit hof in het incident van 9 oktober 2018;
- de memorie van antwoord van appellant en geïntimeerden sub 1 en 3 t/m 7 in het (mogelijke) incidenteel appel van geïntimeerde sub 10;
- de memorie van antwoord van geïntimeerden sub 2, 8.a t/m c en 11 in het principaal appel, tevens memorie van antwoord in het (mogelijke) incidenteel appel van geïntimeerde sub 10;
- een akte van geïntimeerde sub 10.
3.De beoordeling
- rekening en verantwoording ten aanzien van de opbrengsten en daartoe gemaakte kosten van de door [geïntimeerde 10] gebruikte percelen (met een omvang van 19 ha.) vanaf oktober 1984 (r.o. 3.12.5)
- de verkoop, levering en opbrengst van de percelen waar dit geding om is begonnen (r.o. 3.14.2);
- de opbrengsten en tot het verkrijgen daarvan gemaakte kosten voor het gebruik van percelen door [geïntimeerde 10] (3.12.5);
- de vorderingen wegens ongerechtvaardigde verrijking van een viertal kopers (r.o. 3.16.3);
- de gemeenschappelijke bankrekening (r.o. 3.18);
- de waarde van bouwkavels die aan appellant en [geïntimeerde 1] zijn geschonken (3.19.2);
- de door [de vertegenwoordiger van de nalatenschap] geïnde pachtgelden (r.o. 3.21.3);
- de opbrengst van het perceel grasland aan de [adres 2] te [vestigingsplaats 3] (r.o. 3.22).