Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvoor motorrijtuigenbelasting (mrb) verschuldigd was over het eerste kwartaal van 2018. Na niet-tijdige betaling legde de inspecteur een naheffingsaanslag en een verzuimboete op. De auto werd op last van de ontvanger in beslag genomen en afgevoerd als verhaalsobject voor openstaande belastingschulden.
Belanghebbende stelde dat de deurwaarder onzorgvuldig had gehandeld door hem niet te informeren over de mogelijkheid tot schorsing van het kenteken, verwijzend naar een handreiking voor opsporing via ANPR. Het hof oordeelde dat deze handreiking niet van toepassing was omdat de auto niet via ANPR was opgespoord, en dat de deurwaarder geen informatieplicht had. Tevens was belanghebbende zelf verantwoordelijk voor de betaling van de mrb.
De boete werd terecht opgelegd op grond van artikel 67c AWR wegens betalingsverzuim, zonder dat sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). Het bezwaar tegen de rekening mrb over het tweede kwartaal 2018 werd terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat een rekening geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.