Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing voorlopige hechtenis
[verdachte] ,
BESLISSING:
vrijdag
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis. De advocaat-generaal was tegen beide verzoeken. Het hof oordeelde dat de verdenking en gronden voor voorlopige hechtenis onverminderd aanwezig zijn, waardoor opheffing werd afgewezen.
De verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en zit sinds oktober 2018 in voorlopige hechtenis. De datum van invrijheidstelling nadert (2 februari 2021), maar de inhoudelijke behandeling in hoger beroep is vertraagd door Covid-19, waardoor getuigenverhoren niet kunnen plaatsvinden.
Gezien de ernst van de feiten is schorsing alleen mogelijk bij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden. De verdachte heeft een kwetsbare gezondheid en behoort tot een risicogroep voor Covid-19, daarnaast zijn er ernstige familieomstandigheden. Het hof weegt het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder dan het algemeen belang bij voortzetting voorlopige hechtenis en besluit tot schorsing.
De schorsing gaat in op 1 mei 2020 en is verbonden aan strikte voorwaarden, zoals elektronisch toezicht met GPS, contactverbod met bepaalde personen, verblijf op een vastgesteld adres, en meldingsplicht bij politie en reclassering. De verdachte moet zich melden bij de politie op de dag van de einduitspraak in hoger beroep om weer in hechtenis te worden genomen.
Het hof benadrukt dat de verdachte zich moet houden aan alle voorwaarden en dat de politie en reclassering toezicht houden op naleving. De beslissing is genomen in het belang van zowel de verdachte als de samenleving, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing af maar schorst de voorlopige hechtenis onder strikte voorwaarden vanaf 1 mei 2020 tot de einduitspraak in hoger beroep.