Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
’
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteert een callcenter en verricht telemarketingactiviteiten voor een verzekeringsmaatschappij, waarbij zij potentiële klanten telefonisch benadert en afspraken maakt met accountmanagers van de verzekeringsmaatschappij. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op omdat de diensten van belanghebbende volgens hem niet vrijgesteld zijn van omzetbelasting. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslagen. De Inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in.
Het Hof onderzocht de samenwerkingsovereenkomsten en constateerde dat belanghebbende geen verzekeringsovereenkomsten sluit, maar slechts potentiële klanten wijst op de mogelijkheid van het afsluiten van een rechtsbijstandverzekering en afspraken plant. Het belscript en de facturatie stroken niet met de stelling dat belanghebbende namens de verzekeringsmaatschappij verzekeringen sluit. Bovendien is belanghebbende niet bevoegd om verzekeringen af te sluiten en ontbeert zij de benodigde kennis.
Het Hof oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende niet kenmerkend zijn voor assurantiemakelaars of verzekeringstussenpersonen en dat de vrijstelling van omzetbelasting op grond van artikel 11 lid 1 onderdeel Pro k Wet OB 1968 niet van toepassing is. De naheffingsaanslagen worden verminderd omdat belanghebbende de omzetbelasting niet op de verzekeringsmaatschappij kan verhalen. De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende bij de Rechtbank wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De vrijstelling voor omzetbelasting wordt niet toegepast op de diensten van belanghebbende; naheffingsaanslagen worden verminderd en uitspraak Rechtbank wordt vernietigd.