Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,
[appellante 2],
[appellant 3 jr.],
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 augustus 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 1 november 2018;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel met producties.
6.De beoordeling
zonder meeruitgesloten. Of dit mogelijk was, was immers afhankelijk van de voltooiing van de werkzaamheden. Ook als indertijd een dergelijke afspraak is gemaakt, staat deze niet meer aan huurprijsverhoging in de weg. [geïntimeerde] mocht redelijkerwijs verwachten dat [appellant 1] de werkzaamheden aan de woning die hij zou uitvoeren inmiddels zou hebben uitgevoerd.
Visser/IDM). De aanzegging van de huurprijsverhoging heeft dan ook zijn werking gehad als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW Pro.
herinneren. Dat de brief is geweigerd en dat [appellant 1] niet daadwerkelijk heeft kennis genomen van de inhoud van de brief komt voor zijn risico. Dat, naar [appellanten c.s.] stellen, de Track & Trace-berichten van PostNL niet beschikbaar zijn, maakt dit niet anders. De informatie van PostNL is immers nog beschikbaar op de teruggekomen enveloppen.