Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7489750 CV EXPL 19-387)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven.
3.De beoordeling
- Enexis is eigenaresse van het openbare elektriciteits- en gasnetwerk in onder meer de provincie Noord Brabant. Zij is door de Minister aangewezen als beheerder van dat netwerk. Zij treedt in die hoedanigheid op als netbeheerder.
- [geïntimeerde] is eigenaar van het perceel rondom/naast de (voormalige) kerk gelegen aan de [adres] te [plaats] .
- Op 9 augustus 2017 heeft [geïntimeerde] zijn twee minderjarige zonen op dat perceel met een graafmachine werkzaamheden laten verrichten, bestaande uit het verwijderen van struiken en het egaliseren van het perceel.
- Ten tijde van de uitvoering van die werkzaamheden gold in Nederland de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna WION). In de artikelen 1 en 2 van deze wet stond onder meer het volgende:
- [geïntimeerde] heeft, alvorens de werkzaamheden op 9 augustus 2017 te laten verrichten, de in artikel 2 lid 3 van Pro de WION bedoelde graafmelding niet gedaan, en als gevolg daarvan ook geen informatie ontvangen over de op het perceel aanwezige elektriciteitsleiding. Ook hebben [geïntimeerde] en zijn zonen voor of bij de uitvoering van de werkzaamheden geen onderzoek gedaan naar de aanwezigheid en precieze ligging van de in het perceel aanwezige elektriciteitsleiding.
- Bij de door de zonen van [geïntimeerde] uitgevoerde grondwerkzaamheden is vervolgens op het perceel een elektriciteitskabel kapotgetrokken die op 30 tot 40 cm diepte in de grond lag.
- In verband daarmee heeft Enexis bij factuur van 10 oktober 2017 ter zake de kosten van het herstel van de kabelbreuk € 2.476,07 in rekening gebracht aan [geïntimeerde] .
- [geïntimeerde] heeft de factuur onbetaald gelaten.
- het gefactureerde bedrag van € 2.476,07, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 9 augustus 2017 (de datum van het ontstaan van de schade);
- € 375,-- ter zake buitengerechtelijke kosten;
- Bij de werkzaamheden die [geïntimeerde] heeft laten verrichten is een elektriciteitskabel van Enexis beschadigd. Daarmee is inbreuk gemaakt op een recht van Enexis, en dus onrechtmatig gehandeld (rov. 3.6).
- [geïntimeerde] heeft alvorens de werkzaamheden op zijn perceel te laten uitvoeren, niet voldaan aan zijn wettelijke onderzoekplicht naar de aanwezigheid van kabels ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden. Daarvan is aan [geïntimeerde] een verwijt te maken zodat de schade die door de kabelbreuk is ontstaan, aan [geïntimeerde] kan worden toegerekend (rov. 3.7 en 3.8).
- [geïntimeerde] heeft niet betwist dat de schade € 2.476,07 bedraagt. Deze schade is een gevolg van de in opdracht van [geïntimeerde] uitgevoerde werkzaamheden (rov. 3.9).
- De kabel lag in dit geval niet op de gebruikelijke diepte van 60 cm maar hoger. De schade is mede veroorzaakt door die hogere ligging. Die hogere ligging ligt in de risicosfeer van Enexis. Enexis moet daarom de helft van de schade zelf dragen zodat [geïntimeerde] de helft van de schade, dus een bedrag van € 1.238,--, aan Enexis moet vergoeden (rov. 3.11 tot en met 3.13).
- De vordering ter zake buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar (rov. 3.14).
- Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, moet elke partij de eigen proceskosten dragen (rov. 3.15).
- [geïntimeerde] veroordeeld om aan Enexis € 1.238,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 augustus 2017;
- de proceskosten tussen de partijen gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen kosten dient te dragen;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- dat [geïntimeerde] uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor het beschadigen van de elektriciteitskabel van Enexis;
- dat de schade die Enexis door de kabelbreuk heeft geleden, € 2.476,07 bedraagt.
- dat de betreffende kabel meer dan 50 jaar geleden is aangebracht, en dus meer dan 50 jaar in de grond op het betreffende perceel heeft gelegen;
- dat het een feit van algemene bekendheid is dat in de loop van de jaren door grondbewegingen en grondbewerkingen aanzienlijke verschillen in diepteligging kunnen ontstaan;
- dat het onderhavige perceel particuliere eigendom is, zodat Enexis geen invloed of controle heeft kunnen uitoefenen op eventuele wijzigingen in de ligging van de kabel in de loop van de jaren;
- dat [geïntimeerde] geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit af te leiden zou zijn dat de kabel bij de aanleg daarvan niet op de gebruikelijke diepte van 60 cm is gelegd;
- dat het op de weg van [geïntimeerde] had gelegen om vóór aanvang van de werkzaamheden een Klic-melding te doen en om vervolgens aan de hand van de daarop ontvangen informatie proefsleuven te graven om de exacte (diepte-)ligging van de elektriciteitskabel vast te stellen.
- de werkzaamheden die [geïntimeerde] door zijn zonen op het perceel heeft laten uitvoeren, graafwerkzaamheden in de zin van de WION zijn;
- dat [geïntimeerde] in strijd met de wettelijke bepalingen heeft nagelaten om voor aanvang van de graafwerkzaamheden een graafmelding te doen en vervolgens op basis van de gebiedsinformatie die dan ontvangen zou zijn, een onderzoek te doen naar de precieze (diepte-)ligging van de onderhavige elektriciteitskabel.
4.De uitspraak
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Enexis een hoofdsom van € 2.476,07 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 augustus 2017;
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Enexis € 371,41 te betalen ter zake buitengerechtelijke kosten;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter, en begroot die kosten aan de zijde van Enexis tot op de datum van het vonnis op € 82,57 aan dagvaardingskosten, € 486,-- aan griffierecht en op € 300,-- aan salaris gemachtigde;