Uitspraak
[de zoon] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bewindvoerder van een onterfde meervoudig gehandicapte erfgenaam toestemming kon krijgen om af te zien van de inroeping van diens legitieme portie. De zaak betrof hoger beroep tegen een eerdere weigering van een machtiging.
Het hof constateerde dat het plan van aanpak, dat voorzag in de oprichting van een stichting en een storting van € 75.000,-, was uitgevoerd. De stichting was op 10 maart 2020 opgericht en het bedrag was overgemaakt, waarmee een maatwerkoplossing was bereikt die in het belang was van de erfgenaam.
Gelet op deze bijzondere omstandigheden oordeelde het hof dat het niet langer in het belang van de erfgenaam was dat de bewindvoerder de legitieme portie inriep of daaraan vasthield. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en verleende alsnog toestemming aan de bewindvoerder om af te zien van de inroeping van de legitieme portie of een eerder gedane opeising in te trekken.
De beslissing werd genomen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2020. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof verleent toestemming aan de bewindvoerder om af te zien van de inroeping van de legitieme portie voor de onterfde erfgenaam.