Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep, verder te noemen: de curatoren, dan wel respectievelijk de broer en de moeder (van de betrokkene),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene, geestelijk beperkt en onder curatele gesteld, is gerechtigd tot een legitieme portie uit de nalatenschap van zijn grootvader, die in 2020 overleed. De curatoren, waaronder de broer en moeder van de betrokkene, verzochten de kantonrechter en later het hof om toestemming om af te zien van de aanspraak op deze legitieme portie, omdat de betrokkene voldoende middelen heeft en geen bestedingsdoelen.
De kantonrechter wees dit verzoek af en het hof bevestigde deze beslissing. Het hof overwoog dat het niet gaat om het belang van de betrokkene bij het maken van aanspraak, maar of het in zijn belang is om daarvan af te zien. Gezien de financiële omvang van de legitieme portie en het onzekere toekomstperspectief acht het hof het niet in het belang van de betrokkene om af te zien.
Ook het argument van de curatoren dat het afzien de familieverhoudingen ten goede zou komen, werd verworpen omdat niet is gebleken dat de betrokkene zelf daardoor nadeel ondervindt. De wil van de grootvader om de betrokkene te onterven is niet doorslaggevend omdat de legitieme portie wettelijk beschermd is. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van curatoren af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter om niet af te zien van de legitieme portie.