Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 29 januari 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 maart 2019;
- de verwijzing naar mediation en het bericht dat de mediation niet is geslaagd;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel.
6.De beoordeling
de comparant sub 3. [ [appellant 2] ] verleent aan ieder van de comparanten sub 1., 2., 4., 5. [ [geïntimeerde 1] ] en 6., die verklaarden aan te nemen, het persoonlijk recht voor ieder van hen alsmede voor ieders echtgenoot/partner/gezin, om over het aan hem toegedeelde en geleverde registergoed, voor zover het betreft de onverharde weg, te komen en te gaan van en naar de openbare weg;”
In die procedure heeft [geïntimeerde 1] in reconventie (onder meer) gevorderd verwijdering van het hekwerk, waarmee [appellant 2] de uitoefening van het hiervoor geciteerde persoonlijke recht onmogelijk heeft gemaakt en het ondoorzichtig maken van ramen en deuren in de woning van (de zoon van) [appellant 2] , die zich aan de binnenplaats op minder dan twee meter van de grenslijn van het perceel van [geïntimeerde 1] bevinden.