Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante 1]
[appellante 2]
[de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater](hierna ook te noemen: [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] ), wonende te [woonplaats] ,
[de erflater](hierna ook: [de erflater] of erflater)
-als eiser in conventie, verweerder in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/325299/HA ZA 17-2)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep [met één productie];
- de akte ex artikel 225 lid Pro 2 R, waarin de advocaat van [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] vanwege diens overlijden om schorsing van de procedure heeft verzocht;
- de akte ex artikel 227 lid 1 Rv Pro [met twee producties], waarbij [appellante 1] en [appellante 2] als enige erfgenamen van [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] hebben verklaard de onderhavige procedure te willen hervatten; tevens heeft [appellante 1] aan [appellante 2] daartoe, kort gezegd, een procesvolmacht verstrekt;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] ;
- de memorie van grieven tevens houdende een akte eiswijziging [met producties];
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep [met producties];
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-12 formulier van 7 oktober 2012 door [geïntimeerde] toegezonden productie en de bij H-12 formulier van 21 oktober 2019 door [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] toegezonden producties; genoemde producties zijn bij pleidooi bij akte in het geding gebracht.
3.De beoordeling
Volgens mededeling van [appellante 2] en [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] is in de afgelopen twee jaar circa € 200.000,00 opgenomen van een bankrekening van [de erflater] . Het is hen niet duidelijk wat er met dit geld is gebeurd.
[appellante 2] en [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] delen beiden mede dat [de erflater] een kluis bij de ABN Amrobank ( [adres] ) had. Het is onduidelijk of er thans nog iets in de kluis ligt.
primair[geïntimeerde] te veroordelen rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer over de goederen behorende tot de nalatenschap van [de erflater] en
subsidiair[geïntimeerde] te bevelen om conform artikel 843a Rv inzage te verschaffen in - nader aangeduide - bescheiden en gegevensdragers die zij onder zich heeft;
feitelijkdoor haar handelen direct na het overlijden van [de erflater] haar benoeming tot executeur heeft aanvaard. [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] heeft in dat verband gesteld dat [geïntimeerde] direct na het overlijden van [de erflater] zijn portemonnee met inhoud heeft meegenomen, het geld uit de PVC-buis onder zich heeft genomen zonder [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] te informeren alsmede zich de inhoud van de bankkluis heeft toegeëigend. Niet in te zien valt waarom uit deze gedragingen moet worden afgeleid dat [geïntimeerde]
feitelijkhaar benoeming tot executeur zou hebben aanvaard. Daarbij acht het hof van belang dat [geïntimeerde] een aannemelijke verklaring voor haar handelwijze heeft gegeven. Zo heeft zij verklaard met de portemonnee van [de erflater] de dag voor zijn overlijden worstenbroodjes te hebben gehaald en de portemonnee toen in haar tas heeft laten zitten. Verder heeft zij verklaard op verzoek van [de erflater] de pvc-buis te hebben gelicht, het geld in een enveloppe te hebben gedaan en dichtgeplakt met de bedoeling om het geld na het overlijden van [de erflater] aan [appellante 1] en [appellante 2] te geven buiten [de overleden executeur testamentair t.b.v. de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater] om. Ten aanzien van het geld uit de kluis heeft zij verklaard dat [de erflater] dat op de avond van 19 februari 2015 aan haar heeft geschonken met de mededeling dat het een ton was.
- i) de wederpartij van degene die bescheiden te zijner beschikking of onder zich heeft, moet rechtmatig belang hebben bij inzage, afschrift of uittreksel daarvan;
- ii) de vordering moet betrekking hebben op bepaalde bescheiden en
- iii) de bescheiden moeten een rechtsbetrekking betreffen waarin de wederpartij van degene die ze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft partij is.
anderhalve weekvoor zijn overlijden heeft gevraagd om de pvc-buis uit de grond te halen, terwijl zij even later als getuige heeft verklaard dat
een paar dagenvoor het overlijden van [de erflater] toen de pvc-buis nog in de grond zat [appellante 2] haar over de pvc-buis heeft aangesproken, is onvoldoende om te concluderen dat haar getuigenverklaring ongeloofwaardig is. Ook hetgeen overigens daarvoor in eerste aanleg is aangevoerd, is daarvoor ontoereikend.