ECLI:NL:HR:2006:AU4529
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omkering bewijslast bij beroep op verschoningsrecht in arbeidsongeschiktheidsverzekering
In deze zaak staat een geschil centraal over de arbeidsongeschiktheidsverzekering van eiseres bij Interpolis, waarbij onvermeld gebleven rugklachten een rol spelen. Eiseres had bij het aangaan van de verzekering ontkennend geantwoord op vragen over rugklachten en is later arbeidsongeschikt gemeld wegens dergelijke klachten. Interpolis vorderde terugbetaling van onverschuldigde uitkeringen op grond van art. 251 WvK Pro wegens onjuiste opgave.
Tijdens het getuigenverhoor beriepen de artsen zich op hun verschoningsrecht vanwege de geheimhoudingsplicht, mede doordat eiseres bezwaar maakte tegen schending daarvan. De rechtbank verklaarde het beroep op het verschoningsrecht gegrond en liet eiseres toe tot bewijslevering, waarvan zij afzag. Het hof bekrachtigde dit oordeel en oordeelde dat eiseres door haar houding de bewijslevering van Interpolis had gefrustreerd, waardoor op grond van redelijkheid en billijkheid de bewijslast moest worden omgekeerd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van eiseres. De Hoge Raad benadrukte dat het aan de getuigen is om te beslissen over het verschoningsrecht en dat frustratie van bewijslevering door een partij aanleiding kan geven tot omkering van de bewijslast. Het beroep van Interpolis op art. 251 WvK Pro werd gegrond verklaard, en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de omkering van de bewijslast wegens frustratie van bewijslevering door het beroep op het verschoningsrecht.