Rabo Direct en appellant sloten in 2008 en 2009 kredietovereenkomsten met een doorlopend krediet. Appellant verhuisde in 2012 naar Duitsland en gaf dit adres door aan Rabo Direct. Na betalingsachterstanden beëindigde Rabo Direct de kredietovereenkomsten en eiste betaling van de restantschuld.
Appellant stelde dat de vordering was verjaard omdat stuitingsbrieven hem niet hadden bereikt, aangezien deze naar het Duitse adres werden gestuurd waar hij sinds september 2012 niet meer woonde. Rabo Direct stelde dat het Duitse adres als juist mocht worden beschouwd omdat appellant dit zelf had opgegeven en dat de aanmaningen hem daardoor geacht moesten worden te hebben bereikt.
Het hof oordeelde dat het adres in Duitsland redelijkerwijs als het juiste adres kon worden aangemerkt en dat Rabo Direct niet verplicht was ander onderzoek te doen. Ook het incassobureau had appellant meerdere keren aangeschreven, wat de verjaring effectief stuitte. De grief van appellant faalde, het bestreden vonnis werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.