Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- De brief met H16 formulier, ingekomen 5 december 2018, waarmee [appellant] een USB-stick heeft gedeponeerd;
- voornoemd tussenarrest van 30 april 2019;
- de bij H11 formulier van 11 november 2019 door [appellant] ingezonden processtukken;
- de bij H12 formulier van 12 november 2019 door [appellant] ingebrachte producties 12 tot en met 20;
- de bij H11 formulier van 21 november 2019 door [appellant] ingezonden processtukken;
- de op 2 december 2019 gehouden comparitie van partijen, waarbij [appellant] spreekaantekeningen heeft overgelegd en Laurentius productie 4 bij de dagvaarding in eerste aanleg (nogmaals) heeft ingebracht.
6.De beoordeling
Ik had vanochtend, donderdag 21/1/2016 Dhr [appellant] , [adres] aan de telefoon.
- dat in september 2016 een aannemer en glaszetter in opdracht van Laurentius in de woning van [appellant] zijn geweest naar aanleiding van klachten van [appellant] , dat [appellant] jegens hen diverse scheldwoorden heeft geuit en een dreigende houding heeft aangenomen en dat zij hebben aangegeven niet meer naar het adres van [appellant] te willen gaan;
- dat op 13 oktober 2016 twee medewerkers van [installatiebedrijf] in opdracht van Laurentius samen met een medewerker van Laurentius zijn langs geweest bij [appellant] om de cv en de leidingen na te kijken, dat zij geen mankementen constateerden, dat [appellant] tegen hen begon te schreeuwen en te schelden en hen uit huis heeft gezet, dat de drie medewerkers deze situatie als bijzonder vervelend en bedreigend hebben ervaren en hebben aangegeven niet meer naar de woning van [appellant] te willen gaan;
- dat [appellant] het klantencontactcenter van Laurentius heeft bestookt met agressieve telefoontjes vol scheldpartijen en beledigingen, waarna de medewerkers van het klantcontactcenter hebben aangegeven [appellant] niet langer te woord te willen staan.
Vanmorgen had (…) woningbouwvereniging Laurentius contact opgenomen met de politie ivm problemen irt betrokkene [appellant] .
gebeld.
- dat zij en haar kinderen bang zijn voor [appellant] , hem als bedreigend ervaren en amper de deur uit durven;
- dat [appellant] roept dat hij ervoor gaat zorgen dat haar kinderen worden afgepakt;
- dat [appellant] iedereen op straat uitscheldt en zijn middelvinger opsteekt;
- dat [appellant] vroeg in de ochtend geluidsoverlast veroorzaakt door boren in huis of roepen op straat;
- dat meerdere bewoners vanwege [appellant] verhuisd zijn;
- het verzoek aan Laurentius om hieraan iets te doen.
- dat de buurtbewoners van vier huisnummers plus nog meerdere buurtbewoners die te bang zijn om op te komen voor zichzelf, overlast ondervinden van [appellant] ;
- dat [appellant] mensen op straat uitscheldt en daarbij kinderen betrekt;
- dat kinderen uit de buurt zich niet veilig voelen op straat;
- dat meerdere malen per week sprake is van geluidsoverlast in de ochtend;
- het verzoek aan Laurentius om iets te doen.
- dat deze bewoner al vaker heeft geklaagd over [appellant] ;
- dat ze al weken wordt uitgescholden door [appellant] , dat hij zijn middelvinger naar haar uitsteekt, roept dat haar kinderen worden afgepakt en dat ze een vieze verrader is;
- dat ze dit als bedreigend ervaart;
- dat [appellant] vaak op straat tegen zijn ouders staat te schelden wat eng is voor de kinderen die er spelen;
- dat veel buurtbewoners last hebben van [appellant] en bang voor hem zijn;
- dat [appellant] haar filmt, naar haar toekomt op straat, naar haar roept in de tuin, haar uitscheldt voor kankerjunkie en hoer en zijn middelvinger naar haar uitsteekt;
- dat [appellant] iedereen op straat filmt uitscheldt en zijn middelvinger opsteekt;
- dat [appellant] mensen die aan de riolering in de straat aan het werk waren heeft uitgescholden voor kinderverkrachter;
- dat hij vanaf zes uur in de ochtend een compressor aanzet die kabaal maakt;
- dat iedereen op straat bang is voor hem.
- dat [appellant] haar heeft uitgescholden voor kinderverkrachter;
- dat [appellant] haar zoon heeft gefilmd;
- dat [appellant] alles in de straat filmt;
- dat stratenmakers haar hebben verteld dat [appellant] hen heeft uitgescholden voor kinderverkrachters;
- dat zij zich niet prettig voelt en dat er sprake is van een angstcultuur in de straat.
€ 711,13 per maand vanaf de datum van ontbinding tot aan oplevering. Subsidiair vorderde Laurentius [appellant] te veroordelen een gedragsaanwijzing te ondertekenen op straffe van een dwangsom en te bepalen dat bij overtreding daarvan alsnog de ontbinding en ontruiming zullen worden toegewezen.
De kantonrechter heeft in rov. 3.4.2. van het tussenvonnis overwogen in het ontoelaatbare gedrag van [appellant] aanleiding te zien om [appellant] te veroordelen tot nakoming van zijn verplichting zich als goed huurder te gedragen en een gedragsaanwijzing te ondertekenen met de volgende inhoud:
(…) Ik ben bereid om mijn gedrag aan te passen en zal mij niet schofferend, bedreigend en agressief te gedragen jegens medewerkers van Laurentius, medewerkers van het kantoor van de gemachtigde van Laurentius, andere door Laurentius ingeschakelde derden (waaronder aannemers) en omwonenden. Kortom, ik ben bereid om mij in de toekomst onder alle omstandigheden binnen de algemene fatsoensnormen te gedragen.
Met grief 1 komt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat het ontoelaatbare gedrag is voortgezet en betoogt hij dat hij goede redenen had om de gedragsaanwijzing niet te tekenen, dat hij die inmiddels wel heeft getekend en dat zijn gedrag niet zodanig ernstig was dat hiermee een tekortkoming vaststaat die de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. [appellant] stelt vanwege achterdocht en nare ervaringen uit het verleden overdreven te kunnen reageren, maar dat hij geen slechte huurder was en dat het nu goed gaat.
Met grief 2 komt [appellant] op tegen de veroordeling € 711,13 per maand te moeten betalen tot aan de ontruiming, tegen de proceskostenveroordeling en tegen het feit dat de kantonrechter de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard.