Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 24 december 2019 waarbij het hof heeft bepaald dat partijen gelegenheid wordt geboden voor pleidooi;
- het op 11 maart 2020 gehouden pleidooi, waarbij de advocaat van de man een pleitnota heeft overgelegd.
6.De beoordeling
primairde Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps);
subsidiairde overeenkomst van 28 augustus 1995.
- het alsnog volledig afwijzen van de vorderingen van de vrouw;
- veroordeling van de vrouw tot terugbetaling van al hetgeen de man ter uitvoering van de bestreden vonnissen aan haar heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betalingen tot de dag van terugbetaling;
- veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure in beide instanties, waaronder begrepen de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
manbetoogt met zijn grieven dat de vrouw geen aanspraak kan maken op pensioenverevening conform de Wvps omdat partijen de toepasselijkheid van de Wvps hebben uitgesloten als bedoeld in art. 2 lid 1 Wvps Pro. Hij voert daartoe het volgende aan.
vrouwvoert daartegen, samengevat, het volgende aan.
hofoverweegt als volgt.
Anders dan het hof heeft overwogen, is de Haviltexmaatstaf ook van toepassing indien partijen op de tekst van de overeenkomst haaks op elkaar staande bedoelingen en verwachtingen baseren en geen van beider interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is.
Het hof had dan ook mede in het licht van de door partijen aangevoerde omstandigheden moeten vaststellen welke betekenis aan de desbetreffende passage in de overeenkomst toekomt.”
onaanvaardbaar(cursivering hof) zou zijn.
manhet volgende aan. Het is onjuist en onredelijk dat de rechtbank heeft bepaald dat hij de helft van de kosten van de door de vrouw ingeschakelde deskundige dient te dragen, terwijl de vrouw niet hoeft bij te dragen in de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige. De man stelt
primairdat de vrouw de kosten van de door haar (zonder overleg) ingeschakelde deskundige volledig zelf te betalen,
subsidiairdat de door hem gemaakte kosten voor zijn adviseur daarmee verrekend dienen te worden.
vrouwheeft verweer gevoerd.
hofoverweegt als volgt.