ECLI:NL:GHSHE:2020:1884
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- J.W. van Rijkom
- O.M.J.J. van de Loo
- drs. M.J.C. Pieterse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens te late indiening in civiele procedure
In deze civiele procedure diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch naar aanleiding van een mondelinge behandeling op 26 mei 2020. Verzoeker stelde dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om zijn standpunten toe te lichten, terwijl de wederpartij dit wel kon doen, en dat dit de onpartijdigheid van de kamer in gevaar bracht.
Het wrakingsverzoek werd eerst op 2 juni 2020 per e-mail ingediend en later, na een verzoek van de wrakingskamer, op 9 juni 2020 formeel ondertekend door een advocaat. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek daarmee ontvankelijk was, maar dat het verzoek te laat was ingediend omdat de feiten waarop het verzoek was gebaseerd reeds op 26 mei 2020 bekend waren.
Omdat verzoeker geen verklaring gaf voor de vertraging, concludeerde de wrakingskamer dat niet was voldaan aan de vereiste termijn uit artikel 37 lid 1 Rv Pro. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen zonder inhoudelijke behandeling. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens te late indiening.