Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (C/02/365764 / KG ZA 19-692)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- de bij brief van 17 april 2020 van mr. De Kerf toegezonden producties 25, 26 en 27 die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht;
- de brief van 17 april 2020 van mr. Olberts waarbij hij om een mondelinge behandeling verzoekt;
- de brief van 20 april 2020 van mr. De Kerf waarbij hij daartegen bezwaar maakt;
- de brief van 22 april 2020 van de rolraadsheer waarbij hij partijen meedeelt dat het verzoek om een mondelinge behandeling wordt gehonoreerd, waarna een datum voor de mondeling behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling op 26 mei 2020, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd, en waarbij het hof heeft bepaald dat uiterlijk 16 juni 2020 arrest wordt gewezen;
- het op 9 juni 2020 door mr. A.P. van Knippenbergh namens [appellant] ingediende verzoek tot wraking van de meervoudige kamer van het hof;
- de mondelinge behandeling op 18 juni 2020 van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer van het hof;
- de mondelinge beslissing van de wrakingskamer van het hof op 18 juni 2020 tot afwijzing van het wrakingsverzoek.