Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de rolbeslissing van 12 mei 2020;
- de akte uitlating van appellante met één productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure stond de uitleg van de inleidende dagvaarding centraal. Appellante had een vordering ingesteld die in het petitum van de dagvaarding kennelijk was weggevallen door een fout, maar wel duidelijk in het lichaam van de dagvaarding was opgenomen.
Het hof overwoog dat uit de stukken niet kon worden vastgesteld of de vordering inclusief rente boven de appelgrens van € 1.750,- uitkwam en of de betekening van de appeldagvaarding rechtsgeldig was. Appellante bracht daarop het volledige procesdossier en een recent uittreksel uit het handelsregister in het geding.
Op grond van de toelichting en het bewijs achtte het hof de vordering voldoende aannemelijk en de betekening rechtsgeldig, zodat appellante niet zonder meer niet-ontvankelijk kon worden verklaard. Het hof verwees de zaak naar de rol voor memorie van grieven en hield iedere verdere beslissing aan.
De uitspraak bevestigt dat een kennelijke fout in het petitum niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid, mits uit de dagvaarding de vordering duidelijk blijkt en de processtukken op orde zijn.
Uitkomst: Appellante wordt voorlopig ontvankelijk verklaard en de zaak wordt verwezen voor memorie van grieven met aanhouding van verdere beslissing.