ECLI:NL:GHSHE:2020:2230
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro omdat geen minnelijk traject was doorlopen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank niet correct had gehandeld omdat correspondentie niet aan zijn gemachtigde was gestuurd en het oude adres was gebruikt, waardoor het indienen van stukken onmogelijk was. Tevens stelde appellant dat het praktisch onmogelijk was binnen de gestelde termijn een minnelijk traject te doorlopen, mede vanwege de omvang van de schulden en het feit dat sommige schuldeisers niet tot regeling wilden komen.
Het hof oordeelde dat ondanks de omstandigheden een met redenen omklede verklaring ontbrak waarom geen reële mogelijkheid tot een buitengerechtelijke schuldregeling bestond. Pogingen tot regeling met enkele schuldeisers waren onvoldoende om te voldoen aan de vereisten van een minnelijk traject. Ook de aard van de schulden, waaronder belastingschulden en schulden uit een strafrechtelijke veroordeling, stond toelating in de weg.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en bleef appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellant niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een minnelijk traject.