Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/315104/HA ZA 16-751)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens akte houdende wijziging van eis en verzoek ex artikel 194 Rv Pro, met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties.
3.De beoordeling
nietals fatale termijn hebben gezien. Het enkele overschrijden van die data leidde er dan ook niet toe dat [geïntimeerde] in verzuim was.
"accoord voor positie en diameter van de aansluitingen". Op die tekeningen is de aansluiting voor de hekroerwerken (nozzle M2) excentrisch, dus niet in het midden van de bodem van de tank geplaatst. [geïntimeerde] mocht er daarom van uitgaan dat [appellante] instemde met die excentrische positionering van de aansluiting voor de hekroerwerken. Daar komt bij dat [appellante] niet althans onvoldoende heeft weersproken dat de tanks na een FAT bij [tankbouwer] door haar zijn geaccepteerd en afgenomen, terwijl zij toen toch moet hebben kunnen vaststellen wat de positionering van de betreffende aansluitingen was. Van enig protest tijdens de FAT tegen die positionering is niet gebleken. Dit betekent dat van een tekortkoming van [geïntimeerde] ten aanzien van opstelling van de hekroerwerken geen sprake is en dat de hierop gebaseerde vorderingen van [appellante] (onderdeel van de vordering B nr. 11 memorie van grieven) worden afgewezen.