ECLI:NL:GHSHE:2020:2593
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M.A.M. Vaessen
- O.G.H. Milar
- Ph.A.J. Raaijmaakers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid verzet tegen verstekvonnis in erfrechtelijke procedure
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarin appellante niet-ontvankelijk werd verklaard in haar verzet tegen een verstekvonnis. Het verstekvonnis was gewezen na het niet tijdig inschakelen van een advocaat door appellante.
Appellante stelde dat zij tijdig verzet had gedaan door een brief aan de rechtbank te sturen en dat de griffier had moeten reageren om haar te wijzen op de juiste procedure, wat zij als een apparaatsfout kwalificeerde. Tevens voerde zij aan dat zij niet was gewezen op de noodzaak van juridische bijstand, waardoor haar termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
Het hof oordeelde dat de brief van appellante geen rechtsgeldige verzetdagvaarding was en dat de rechtbank niet verplicht was om op die brief te reageren. De termijn voor het indienen van verzet is van openbare orde en strikt te hanteren. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigden. Ook het ontbreken van een expliciete waarschuwing door de deurwaarder was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat de rechtszekerheid en de strikte naleving van termijnen in verzetprocedures voorop staan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzet niet-ontvankelijk is wegens te late indiening.