Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[bewindvoerder 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Het hof merkt op dat -op de zitting in hoger beroep- alle aanwezige erfgenamen hierop hebben aangegeven deze bewuste email nimmer te hebben ontvangen. Hierop heeft de vereffenaar de bewuste email voorgedragen en aangegeven deze mail nogmaals aan alle geadresseerden te zullen doen toekomen.)
(“Bij de benoeming van een vereffenaar of bij een latere beschikking kan de rechtbank een harer leden tot rechter-commissaris benoemen.”) betreft het benoemen van een rechter-commissaris die de vereffening zal begeleiden een aan de rechtbank toegekende discretionaire bevoegdheid. In onderhavige zaak is het hof niet gebleken van een overschrijding van deze bevoegdheid door de rechtbank. Daarbij is het hof van oordeel dat de vereffenaar nog steeds bezig is met de vereffening van de nalatenschap, dat sprake is van een complexe nalatenschap en dat het mede daarom ook gewenst is dat de vereffenaar wordt begeleid door een ter zake kundig rechter-commissaris. Een toewijzing tot benoeming van een rechter-commissaris die toezicht zal houden op de vereffening, acht het hof derhalve in het belang van alle partijen en de afwikkeling van de nalatenschap.