Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 5474616 / 16-11898)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie (productie 19);
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
short stay solutions’).
short stay solutions’ in Duitsland te vermarkten.
prijsopgave huur units tbv [plaats 1]’ van dezelfde dag de tarieven voor huur en transport.
Max 2 weken aanlevertijd ??’. In reactie daarop schrijft [geïntimeerde] : ‘
Ja is geen probleem, wij kunnen 8 tot 10 rillen (hof: ritten) per dag uitvoeren’.
zoals (...) geoffreerd’. Daarbij is vermeld dat de huur uiterlijk binnen een
Met de aantekening dat de transport kosten afhankelijk zijn van lokatie (...)’.
20 containers op dond en 20 op vrijdag naar [plaats 4] , onder [plaats 5] moeten’ en dat nog niet bekend is of de rest daar volgende week naartoe gaat. Afsluitend wordt verzocht om een offerte voor transport naar [plaats 4] .
To make it clear to all Parties - in our phonecall [...] we just asked […] for a possibility to
The 120 portacabins should be ready with all inventory and winterhard preparation on
(...) wordt moeilijk we worden van alle kanten benaderd met concrete zaken beginnen
Thxs concreter dan as maandag leveren kun je t niet hebben ! Zoals aangegeven heb ik ovk.
(...) Gisteren heeft mn opdrachtgever aangegeven dat zij vanaf as woensdag willen
Gezien het feit dat de aflever locatie nog steeds niet bekend is, is er nog geen transport
door EPS te worden opgehaald’ (cursivering hof). Ook schrijft de advocaat van [appellante] op 20 oktober 2015 om 18:40 uur dat [geïntimeerde] ‘
niet heeft aangegeven dat zij het transport moet verzorgen. Dat is uitdrukkelijk niet afgesproken.’ (productie 7 bij conclusie van antwoord in het incident). Volgens [appellante] berust dit op een misverstand bij haar advocaat. Wat daar verder ook van zij, gelet op voormelde correspondentie over wie het transport zou organiseren ( [appellante] , althans haar opdrachtgever EPS, of [geïntimeerde] ) hoefde [geïntimeerde] er nog niet van uit te gaan dat er sprake was van een overeenkomst die haar verplichtte tot uitlevering van 120 voor huur bestemde containers.
Met de aantekening dat de transport kosten afhankelijk zijn van lokatie (...)’ (rov. 3.1.8). In deze e-mail herhaalt [verkoopadviseur] zowel de prijs voor omgeving [plaats 1] (€ 525,--) als de prijs voor de locatie in [plaats 2] (€ 925,--). Dit betreft de prijs per rit van 2 units. Gelet op deze correspondentie kan niet worden geoordeeld dat partijen op 5 oktober 2015 ook overeenstemming hebben bereikt over de prijs van het transport en de afleverlocatie.
[geïntimeerde]onrechtmatig heeft gehandeld. Zelfs als [geïntimeerde] zich heeft gerealiseerd of had moeten realiseren dat EPS door de koopovereenkomst die zij met [geïntimeerde] sloot geen behoefte meer had aan de woonunits die [appellante] aan EPS zou verhuren en EPS aldus onder de overeenkomst met [appellante] zou wanpresteren, zou dat op zichzelf nog geen onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] jegens [appellante] opleveren. Daarvoor zijn volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad bijkomende omstandigheden vereist, zoals samenspanning en/of uitlokken. [geïntimeerde] heeft nadrukkelijk betwist dat daarvan sprake was en [appellante] heeft dat in het geheel niet aannemelijk gemaakt. In hoger beroep heeft [appellante] niets (nieuws) aangevoerd dat tot een ander oordeel voert. Tijdens het pleidooi heeft de advocaat van [appellante] aangegeven dat [appellante] vasthoudt aan haar ‘vermoedens van een complot’. Naar het oordeel van het hof heeft [appellante] deze vermoedens in het geheel niet hard gemaakt. [appellante] maakt EPS verwijten, maar zij heeft niet althans onvoldoende feitelijk onderbouwd dat aan de handelwijze van EPS een geheime afspraak met [geïntimeerde] ten grondslag lag.