Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
- [de moeder] , hierna te noemen: de moeder;
- [de curator] , bijgestaan door mr. J. Stappaerts-Zijlmans, hierna te noemen: de curator.
- de vader;
- de moeder.
[betrokkene], geboren op
[geboortedatum] 1983, thans verblijvende bij [instelling] te [verblijfplaats] , hierna te noemen: [betrokkene] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 2 oktober 2019;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van appellant d.d. 30 januari 2020;
- de brief van mevrouw [medewerker instelling] van [instelling] d.d. 30 maart 2020.
- de vader, bijgestaan door mr. Elings;
- de moeder;
- [vertegenwoordiger curator] namens de curator, bijgestaan door mr. Stappaerts-Zijlmans, die de curator in beide zaken heeft vertegenwoordigd.
3.De beoordeling (in beide zaken)
De curator heeft echter in hoger beroep gemotiveerd gesteld dat de aanvangswerkzaamheden als beginnend bewindvoerder (van [betrokkene] ) van andere aard zijn geweest dan die bij haar benoeming tot curator (van [betrokkene] ). Er is in zijn geval sprake van een bovengemiddeld omvangrijk dossier. De curator heeft zich moeten inlezen in het medisch dossier en zij heeft diverse gesprekken moeten voeren. Daarmee was veel tijd gemoeid.