ECLI:NL:GHSHE:2020:2755
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen meerwerk aannemer wegens onvoldoende bewijs
In deze civiele zaak stond centraal of de aannemer recht had op vergoeding van meerwerk dat hij had uitgevoerd in een woning. Het hof heeft het bewijs dat de aannemer leverde voor de meerwerkopdrachten beoordeeld en geoordeeld dat dit onvoldoende was. De schriftelijke verklaringen van de aannemer en zijn echtgenote boden onvoldoende concrete feiten en steunbewijs om de meerwerkopdrachten te staven.
De vorderingen van de aannemer met betrekking tot het meerwerk, ter waarde van in totaal € 3.600, werden daarom afgewezen. Tevens werden de vorderingen van de wederpartij tot vergoeding van schade wegens ondeugdelijk stucwerk en andere claims bevestigd als terecht afgewezen door de rechtbank. Het hof vernietigde het bestreden vonnis alleen voor zover de aannemer was veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.849,61, en veroordeelde hem in plaats daarvan tot betaling van € 1.249,61 aan de wederpartij.
Daarnaast werd de aannemer veroordeeld tot terugbetaling van een teveel betaald bedrag door de wederpartij, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde handelsrente werd niet toegewezen omdat de terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling plaatsvindt. Tot slot werden de proceskosten verdeeld waarbij de aannemer in hoger beroep werd veroordeeld tot betaling van de kosten aan de wederpartij.
Uitkomst: De vorderingen van de aannemer voor meerwerk worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en hij wordt veroordeeld tot betaling van € 1.249,61 aan de wederpartij.