ECLI:NL:GHSHE:2020:276
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van mishandeling politieagent wegens onvoldoende bewijs bij aanhouding
Op 30 augustus 2014 werd verdachte aangehouden na een verkeerscontrole waarbij zij zich verzette tegen haar aanhouding. Tijdens deze aanhouding gebruikte de politie proportioneel geweld, waaronder een slag en een low kick, om het verzet te breken. Verdachte werd ervan beschuldigd een politieagent in de onderarm te hebben gebeten tijdens een worsteling.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege disproportioneel politiegeweld en het ontbreken van een volledige rapportage door de politie. Het hof oordeelde echter dat het toegepaste geweld binnen de grenzen van gepastheid viel en dat vervolging niet in strijd was met de beginselen van een goede procesorde.
Hoewel het hof aannam dat de tanden van verdachte mogelijk in aanraking kwamen met de arm van de politieagent, was er redelijke twijfel over opzet en oorzaak van de pijn. Hierdoor ontbrak overtuigend bewijs voor mishandeling en sprak het hof verdachte vrij.
De vordering tot schadevergoeding van de politieagent werd afgewezen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd aan verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mishandeling van een politieagent wegens onvoldoende overtuigend bewijs.