Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 9 juli 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 9 september 2019;
- de door [appellante] genomen memorie van grieven met acht producties;
- de depotakte van 29 oktober 2019, waaruit blijkt dat de advocaat van [appellante] elf foto’s heeft gedeponeerd ter griffie van het hof;
- de door Roompot genomen memorie van antwoord met zeventien producties;
- de door [appellante] genomen akte;
- de door Roompot genomen antwoordakte.
6.De beoordeling
- Roompot exploiteert recreatiepark [recreatiepark] in de gemeente [gemeente] (hierna aan te duiden als ‘de gemeente’).
- Bij huurovereenkomst van 24 januari 2014 heeft Roompot aan [appellante] een 4-persoons vakantiebungalow, gelegen aan de [adres] op het recreatiepark, verhuurd. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar, te weten van 24 januari 2014 tot en met 23 januari 2015. De huurovereenkomst is aangegaan omdat [appellante] destijds dringend behoefte had aan woonruimte maar op korte termijn geen gewone huurwoning kon krijgen. De huurprijs bedroeg, voor zover in dit hoger beroep van belang, € 800,-- per maand inclusief de vergoeding voor levering van gas, water en elektriciteit. In de huurovereenkomst staat onder meer het volgende:
- Bij e-mail van 25 juli 2014 heeft [appellante] aan Roompot verzocht de huurovereenkomst van de bungalow per de vervaldatum met minimaal een jaar te verlengen. Bij e-mail van diezelfde datum heeft Roompot aan [appellante] meegedeeld, samengevat, dat de boeking na 23 januari 2015 niet verlengd kan worden omdat de gemeente geen langverblijf toestaat op het recreatiepark.
- Bij brief van 23 januari 2015 (door een kennelijke verschrijving gedateerd 23 januari 2014) heeft de advocaat van Roompot aan de toenmalige advocaat van [appellante] meegedeeld dat [appellante] de bungalow die dag diende te ontruimen.
- [appellante] is na 23 januari 2015 in de bungalow blijven wonen.
- Bij brief van 2 februari 2015 heeft de gemeente aan [appellante] onder meer meegedeeld dat permanente bewoning van de bungalow volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan, dat de gemeente [appellante] sommeert om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de bungalow te staken en dat de gemeente voornemens is een last onder dwangsom op te leggen.
- Bij besluit van 13 april 2015, verzonden 14 april 2015, heeft de gemeente aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan strijdige permanente gebruik van de bungalow te staken. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit, welk bezwaar bij besluit op bezwaar van 5 oktober 2015 ongegrond is verklaard.
- [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar en een voorlopige voorziening gevorderd. In dat kader heeft op 24 november 2015 een zitting plaatsgevonden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, Afdeling Bestuursrecht. Tijdens die zitting hebben [appellante] , de gemeente en Roompot een regeling getroffen die door de voorzieningenrechter in een proces-verbaal is neergelegd, en die onder meer inhoudt dat de gemeente de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom verlengt tot 1 maart 2016, dat [appellante] de bungalow uiterlijk op 1 maart 2016 verlaat en dat Roompot hiermee instemt.
- Bij e-mail van 7 september 2015 heeft Roompot, na een telefonische klacht van [appellante] , aan [appellante] meegedeeld dat er geen problemen zijn met de CV installatie van de bungalow. Roompot heeft [appellante] in deze e-mail verzocht voor 15 september 2015 de versierselen aan de buitenkant van de bungalow, het opslaghok en verschillende buitenlampen te verwijderen. [appellante] heeft niet aan dat verzoek voldaan.
- Bij e-mail van 17 september 2015 heeft Roompot aan [appellante] meegedeeld dat de in de e-mail van 7 september 2015 genoemde eigendommen van [appellante] zijn verwijderd en opgeslagen. In de e-mail is [appellante] verzocht om de zaken uiterlijk op maandag 21 september 2015 op te halen. Verder is in de e-mail meegedeeld dat vanaf 21 september opslagkosten in rekening zullen worden gebracht.
- Bij e-mail van 30 september 2015 heeft Roompot in reactie op een verzoek van [appellante] aan haar meegedeeld dat er geen plannen zijn de kozijnen e.d. te vervangen omdat de bungalow een recreatiewoning is, waaraan andere eisen worden gesteld dan aan een woning bestemd voor permanente bewoning. Verder heeft Roompot aan [appellante] meegedeeld dat er vanaf 21 september 2015 € 5,-- per dag aan kosten voor opslag van haar spullen in rekening zal worden gebracht.
- Bij brief van 2 oktober 2015 heeft de advocaat van [appellante] aan Roompot meegedeeld dat [appellante] € 65,-- met de verschuldigde huur verrekent, omdat Roompot de CV installatie niet heeft gerepareerd en [appellante] genoodzaakt was de nodige reparatie zelf te laten uitvoeren. Verder is Roompot in deze brief gesommeerd om binnen vijf dagen een kuub houtblokken, een opslaghuisje, vijf solarlampen, twee decoratieve vlinders en een pop aan [appellante] af te staan, alsmede binnen tien dagen de deuren en kozijnen van de bungalow in deugdelijke staat te brengen.
- Bij e-mail van maandag 28 december 2015, 12:03 uur, heeft [appellante] aan Roompot onder meer het volgende meegedeeld:
- Roompot heeft op 3 januari 2016 de nutsvoorzieningen van de bungalow afgesloten. [appellante] heeft diezelfde dat de bungalow verlaten.
- Bij e-mail van 14 januari 2016 heeft de advocaat van [appellante] Roompot aansprakelijk gesteld voor door [appellante] geleden schade, en Roompot gesommeerd om de bungalow in deugdelijke staat en voorzien van energie aan [appellante] ter beschikking te stellen tot 1 maart 2016.
- a. € 4.800,-- (€ 800,-- per maand) ter zake onverschuldigd betaalde huur over de maanden september 2015 tot en met februari 2016, vanwege in die maanden gederfd huurgenot, althans als schadevergoeding voor gederfd huurgenot;
- b. € 150,-- ter zake etenswaren uit de vriezer die na het afsluiten van de nutsvoorzieningen zijn ontdooid;
- c. € 500,-- ter zake de aan de buitenzijde van de bungalow weggenomen zaken van [appellante] ;
- d. € 310,-- ter zake in de bungalow beschadigde zaken van [appellante] ;
- e. € 260,-- ter zake de aan [appellante] terug te betalen waarborgsom;
- f. € 1.000,-- ter zake verhuiskosten (hierna aan te duiden als post f-1) en € 2.000,-- ter zake immateriële schade (hierna aan te duiden als post f-2).
- a. De huur over de maanden september tot en met december 2015 is niet onverschuldigd betaald, en voor vermindering van de huur over deze maanden bestaat geen aanleiding. Het bedrag van € 340,-- dat [appellante] heeft betaald als huur voor de eerste helft van januari 2016, moet door Roompot worden terugbetaald. Over de tweede helft van januari en over februari 2016 heeft [appellante] geen huur betaald en kan zij dus ook geen huur terug vorderen (rov. 4.2).
- b. De onder b gevorderde schade moet voor rekening van [appellante] zelf blijven (rov. 4.3.)
- c. Aan [appellante] komt geen vergoeding toe ter zake de onder c bedoelde zaken (rov. 4.4).
- d. Post d moet worden afgewezen (rov. 4.5).
- e. Roompot moet de waarborgsom van € 260,-- alsnog aan [appellante] terugbetalen (rov. 4.6).
- f-1. De vordering ter zake van verhuiskosten moet worden afgewezen (rov. 4.7).
- f-2. De vordering ter zake van immateriële schadevergoeding moet worden afgewezen.
- dat over het toewijsbare bedrag van € 600,-- (€ 340,-- ter zake post a en € 260,-- ter zake post e) de wettelijke rente toewijsbaar is vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 20 september 2018 (rov. 4.8, eerste deel);
- dat [appellante] als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten moet worden veroordeeld (rov. 4.8, tweede deel).
- veroordeeld om € 600,-- aan [appellante] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag met ingang van 20 september 2018;
- [appellante] in de proceskosten veroordeeld;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- de beslissing van de kantonrechter dat Roompot aan [appellante] het ter zake huur over de eerste helft van januari 2016 betaalde bedrag van € 340,-- moet terugbetalen;
- de beslissing van de kantonrechter dat Roompot de waarborgsom van € 260,-- aan [appellante] moet terugbetalen.