ECLI:NL:GHSHE:2020:2856
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep conservatoir bankbeslag wegens vervallen belang
Adede BvbA stelde hoger beroep in tegen het conservatoir beslag op haar bankrekening, gelegd door [geïntimeerde]. Het hof gaf Adede de gelegenheid om te reageren op het verweer dat zij geen belang had bij haar vordering. Adede stelde dat het beslag niet was beëindigd en noemde daarnaast andere belangen.
De feiten wezen uit dat de tegoeden waarop het beslag rustte, waren overgemaakt aan de deurwaarder die namens [geïntimeerde] optrad. Hierdoor was het beslag feitelijk geëindigd en hield [geïntimeerde] de gelden onder zich. Het hof oordeelde dat het belang van Adede bij opheffing van het beslag daardoor was komen te vervallen.
Adede voerde verder aan dat het beslag onrechtmatig was en dat er aansprakelijkheid bestond, maar zij motiveerde niet waarom deze belangen toewijzing van haar vorderingen rechtvaardigden. Het hof stelde dat het geding uitsluitend over het beslag ging en dat het belang bij beëindiging van het beslag niet langer aanwezig was.
Daarom verklaarde het hof Adede niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelde haar in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Adede wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens vervallen belang bij de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag.