Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[erflater],
woonplaats voorheen ten sterfhuize van [erflater] voornoemd te [woonplaats] , thans onbekend,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
geïntimeerden zijn op de voet van artikel 53 Rv Pro de gezamenlijk erfgenamen van de heer [erflater]”.
Dat de heer [erflater] vervolgens toch nog in staat bleek een faillissementsaanvraag te doen heeft appellant dan ook dan ook verwonderd” (beroepschrift punt 6). Uit het inleidend verzoekschrift kan [appellante] niet afleiden of en zo ja, wie er is gevolmachtigd namens de overleden heer [erflater] . De advocaat van geïntimeerden heeft daarbij zijn onderzoeksplicht verzaakt.
Het hof zal in dit verband nader onderzoek verrichten en oordelen aan de hand van de criteria als neergelegd in HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:4765 (Doeland), in het bijzonder r.o. 3.4.:
“
Beantwoording van de vraag wie als eisende partij optreedt, vergt uitleg van het exploot
[voornaam zoon 1](vet, hof) [achternaam erflater en zonen] gevestigd te …
[vestigingsplaats](vet,GHSHE)…” zowel per post als per e-mail aan de mailadressen [appellante] 1 en [directeur] (eveneens productie 3 );
Sommatie [voornaam zoon 1](vet, GHSHE) [achternaam erflater en zonen] / [appellante] (productie 4);
[voornaam zoon 1](vet, GHSHE) [achternaam erflater en zonen] / [appellante] (productie 6);
[voornaam zoon 1](vet, GHSHE) [achternaam erflater en zonen] / [appellante] (productie 8);
- een email van [zoon 1] aan [kantoor] d.d. 21 mei 2019 waarin wordt aangegeven dat ”
wij graag overgaan tot faillissementsaanvraag” (productie 9)
Voor zover [directeur] door de thans aanvaarde rectificatie of beter verduidelijking van de persoon/ personen van de verzoeker al is benadeeld, heeft [directeur] dit over zichzelf afgeroepen door te zwijgen in eerste aanleg waar spreken was geboden. Alsdan – had [directeur] wel gesproken - had er toen al naar gekeken kunnen worden, had overleg kunnen plaatsvinden over een en ander, waaronder wellicht alsnog een schikking zodat dit punt niet eerst in hoger beroep had hoeven te worden behandeld.
alleschuldeisers. Het hof acht het bestaan van steunvorderingen en daarmee van pluraliteit derhalve (summierlijk) aannemelijk.