In deze civiele zaak staat de levering van een tweedehands laptop centraal, waarbij de geïntimeerde de appellant heeft aangesproken wegens het leveren van een laptop met daarop een illegale versie van het tekenprogramma [softwareprogramma]. De laptop werd geleverd met een trialversie van de software, maar later werd vastgesteld dat er een illegale licentiecode was gebruikt. De geïntimeerde vordert schadevergoeding en kostenvergoeding.
De kantonrechter wees de vorderingen grotendeels toe, maar wees de vergoeding voor de expertisekosten af. In hoger beroep betwist de appellant dat hij een legale versie van de software moest leveren en voert hij aan dat de geïntimeerde zelf verantwoordelijk is voor het gebruik van illegale software. Het hof oordeelt dat het aan de geïntimeerde is om te bewijzen dat de levering van een legale versie onderdeel van de overeenkomst was.
Het hof laat de geïntimeerde toe bewijs te leveren en wijst op het ontbreken van een waarschuwingsplicht van de appellant. De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs, waaronder getuigenverhoor. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 6 oktober 2020 uitgesproken.