Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6343619 \ CV EXPL 17-7635)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van grieven met de producties H.1 tot en met H.7;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met de producties 1 tot en met 10;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met de producties H.8 en H.9
- het H12-formulier namens de vrouw, d.d. 17 augustus 2020 met productie 11;
- het H16-formulier namens de man, d.d. 30 september 2020 met de producties H.10 tot en met H.12;
- het H12-formulier namens de vrouw, d.d. 1 oktober 2020 met de producties 12 tot en met 14;
- het H16-formulier namens de vrouw, d.d. 6 oktober 2020 met productie 15;
- het H16-formulier namens de man, d.d. 9 oktober 2020 met de producties H.13 en H.14;
- het H16-formulier namens de vrouw, d.d. 12 oktober 2020 met de producties 16 tot en met 18
- het pleidooi ter zitting van 14 oktober 2020.
3.De beoordeling
AFREKENING BIJ ECHTSCHEIDING/SCHEIDING VAN TAFEL EN BED
primairte oordelen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, en tevens voor recht te verklaren dat de verdeling van de gemeenschappen èn de uitvoering van het (finale) verrekenbeding door hem terecht is vernietigd op grond van benadeling van meer dan een kwart waardoor hij heeft gedwaald bij het tot stand brengen van die overeenkomst en deze verdeling c.q. verrekening opnieuw vast te stellen, welke er in resulteert dat:
subsidiairvoor recht te verklaren dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om hem aan de gevolgen van de gesloten overeenkomst te houden, deze overeenkomst te vernietigen en de afwikkeling huwelijkse voorwaarden vast te stellen conform prod. 9 bij dagvaarding hetgeen er in resulteert dat:
manheeft tijdig hoger beroep ingesteld. Hij heeft, samengevat, geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende:
subsidiair: te oordelen dat de overeenkomst moet worden vernietigd;
primair: de man het recht heeft de woning van de vrouw over te nemen tegen de waarde van € 400.000,-- mits hij de financiering hiervoor kan verkrijgen en onder de voorwaarde dat hij de vrouw kan doen ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid
meer subsidiair: een oordeel te geven op de gevorderde onderdelen als het hof in goede justitie juist acht.
- het karakter van de tussen partijen ter comparitie gesloten overeenkomst (grieven 1, 2, 3 en 4);
- het beroep van de man op dwaling (grieven 5, 6 en 8). Grief 7 is een zogenaamde veeggrief die geen afzonderlijke bespreking behoeft.
vrouwheeft de grieven weersproken. Op dat verweer zal, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna worden teruggekomen.
voorwaardelijk incidenteel hoger beroepingesteld. In dit voorwaardelijk incidenteel hoger beroep heeft zij, bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, geconcludeerd –
primairindien het hof oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst moet worden vernietigd op grond van dwaling en
subsidiairindien het hof oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst in strijd is met de redelijkheid en billijkheid – tot het opnieuw vaststellen van de verdeling c.q. verrekening opnieuw vast te stellen, aldus (samengevat) dat:
rechtbankoverwoog:
manbetoogt – kort gezegd – met zijn eerste vier grieven dat geen sprake is van een vaststellingsovereenkomst, maar van werkafspraken ter afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Hij heeft zijn grieven (samengevat) als volgt toegelicht.
vrouwstelt dat wel sprake is van een vaststellingsovereenkomst. In de overeenkomst is een ongeclausuleerde algehele finale kwijting opgenomen. Daarvan is de meest voor de hand liggende uitleg dat partijen over een weer jegens elkaar aan
alhun verplichtingen jegens elkaar hebben voldaan.
hofstelt vast dat partijen op 22 januari 2018 een minnelijke regeling zijn overeengekomen. Deze minnelijke regeling van partijen moet, gelet op de strekking daarvan (zie HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU7728) worden beschouwd als een vaststellingovereenkomst. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
rechtbankoverwoog in rov. 3.5.:
manheeft zijn grieven als volgt toegelicht.
vrouwheeft de grieven weersproken.
hofoverweegt als volgt.