ECLI:NL:HR:2012:BV6684

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROBurgerlijk Wetboek Boek 10Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
10 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in echtscheidingszaak over toepasselijk recht en grievenstelsel

De zaak betreft een cassatieberoep van de man tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een echtscheiding en de toepassing van het internationaal privaatrecht (IPR). De vrouw is in cassatie niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof en de conclusie van de Advocaat-Generaal die tot verwerping van het beroep strekt.

De Hoge Raad beoordeelt de aangevoerde klachten en oordeelt dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en bevestigt daarmee de beslissing van het gerechtshof. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2012.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het gerechtshof.

Uitspraak

27 april 2012
Eerste Kamer
11/02744
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. M.E. Franke,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 328663/FA RK 09-357 van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 september 2009;
b. de beschikking met zaaknummers 200.051.470.01 en 200.051.472.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2012.