Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/236754 / HA ZA 17-313)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met productie;
- de pleitnota van [appellante] ;
- de pleitnotities van [geintimeerde] .
3.De beoordeling
In de bijlage tref je onze offerte aan.(…)”
uiteinden lijf beide zijde dichtgezet met plaat(…)”. Volgens [appellante] betreft het een open raat. Het betreft volgens [appellante] andere bewoordingen dan in de offerte van 22 juli 2016. Dat betekent naar het oordeel van het hof evenwel niet dat daarom in de offerte van 22 juli 2016 met dicht zetten uiteinden het aanbrengen van kop-/ en voetplaten is bedoeld. In de offerte 10 november 2016 staat “(…)
uiteinden op maat afgekort en 1e en laatste raat dicht gezet ende uiteinden voorzien van een kopplaat(…)”. Volgens [appellante] wordt het dicht zetten van de uiteinden uitsluitend in verband gebracht met het afkorten én het voorzien van een kopplaat. Met [geintimeerde] is het hof van oordeel dat in de offerte van 10 november 2016 een aan te brengen kopplaat, anders dan in de offerte van 22 juli 2016, uitdrukkelijk is genoemd. Ook wanneer er met [appellante] van uit moet worden gegaan dat op de tekening van het dak overzicht kop- en voetplaten zichtbaar waren, dan betekent dat nog niet dat zij ervan uit mocht gaan dat [geintimeerde] daar in haar offerte en prijsstelling rekening mee heeft gehouden. Gezien de door [appellante] als productie 3 bij memorie van grieven overgelegde e-mail van 15 juli 2016 met bijlage begrijpt het hof dat [appellante] niet heeft beoogd te betogen dat [geintimeerde] op 15 juli 2016 over meer door [appellante] toegezonden tekeningen beschikte. [appellante] stelt zelf dat met [naam 3] , van [geintimeerde] , is besproken dat detailtekeningen nog zullen volgen. [appellante] heeft niet betwist dat [geintimeerde] pas op 7 oktober 2016 de eerste vorm van detaillering ontving. Dat zelfde geldt voor het betoog van [appellante] dat de kop- en voetplaten bij het uitbrengen van de offerte door [appellante] waren benoemd. [appellante] heeft evenmin betwist dat de gegevens die [geintimeerde] op 7 oktober 2016 ontving informatie bevatten die een heel ander licht wierp over de benodigde werkzaamheden om tot het gewenste eindproduct te komen.
e-mail opdracht d.d. 22 juli j.l. zonder prijsopgave” wijst ook niet op een nieuwe opdracht. [geintimeerde] betoogt zelf dat de informatie die zij op 7 oktober 2016 en 2 en 7 november 2016 ontving een detaillering betrof.
Nu ik de definitieve tekeningen gezien heb snap ik wel dat jullie het voor het bedrag van € 9.000,- niet kunnen maken.(…)”.