Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6608768 CV EXPL 18-282)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de door Thuisvester genomen memorie van grieven met drie producties;
- de door [geïntimeerde] genomen memorie van antwoord;
- de door Thuisvester genomen akte met een productie;
- de door [geïntimeerde] genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- Thuisvester is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de Woningwet, en als zodanig werkzaam op het gebied van volkshuisvesting.
- [geïntimeerde] huurt vanaf 9 september 1994 van Thuisvester de woning met tuin en berging gelegen aan het adres [adres] te [plaats] .
- Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte van Thuisvester van 1 januari 1994 van toepassing. In artikel 7 lid 2 van Pro die algemene voorwaarden staat dat de huurder het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming van woonruimte zal gebruiken. In artikel 7 lid 4 staat Pro dat de huurder ervoor zal zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt.
- Op woensdag 20 september 2017 heeft de politie een melding ontvangen dat nabij de woning van [geïntimeerde] een sterke henneplucht was geroken en dat er knipgeluiden gehoord zouden zijn. Op woensdagavond zijn twee politiemensen naar de woning gegaan. [geïntimeerde] heeft hen toegang gegeven tot de achtertuin van de woning. De politiemensen hebben daar hennepplanten aangetroffen. De politie heeft die hennepplanten in beslag genomen, afgeknipt, in vuilniszakken gestopt en meegenomen.
- De drie vuilniszakken waar de politie de hennepplanten in heeft gedaan, zijn zichtbaar op de twee foto’s die [geïntimeerde] als productie 3 bij de conclusie van antwoord heeft overgelegd. De ene foto is gemaakt in de achtertuin van [geïntimeerde] en de andere foto op het politiebureau.
- Beide politiemensen hebben naar aanleiding van het aantreffen van (onder meer) de hennepplanten een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. In beide processen-verbaal staat dat zij in de achtertuin vijftien hennepplanten hebben aangetroffen.
- [geïntimeerde] is op 21 september 2017 bij de politie verhoord als verdachte van (onder meer) handelen in strijd met de Opiumwet. Tijdens dat verhoor heeft [geïntimeerde] over de in de tuin aangetroffen hennepplanten onder meer het volgende verklaard:
- Volgens Thuisvester waren de hennepplanten die de politie in de achtertuin van [geïntimeerde] heeft aangetroffen, minstens 1 meter hoog. Volgens [geïntimeerde] waren de hennepplanten groter dan 1,5 meter en mogelijk zelfs 1,90 meter hoog.
- Bij brief van 9 oktober 2017 heeft Thuisvester aan [geïntimeerde] meegedeeld dat de politie op 20 september 2017 een groot aantal hennepplanten in zijn tuin heeft aangetroffen, en dat Thuisvester om die reden tot een beëindiging van de huurovereenkomst wil komen. Thuisvester heeft [geïntimeerde] in de brief in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst zelf op te zeggen, en aangekondigd dat zij anders een gerechtelijke procedure zal starten om tot ontbinding van de huurovereenkomst te komen.
- [geïntimeerde] heeft de huurovereenkomst niet opgezegd.
- De officier van justitie heeft [geïntimeerde] gedagvaard om op 30 april 2018 te verschijnen voor de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda. In de dagvaarding is aan [geïntimeerde] onder meer tenlastegelegd dat:
- ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot ontruiming van het gehuurde;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van de huurpenningen over de periode tot de dag van ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een gebruiksvergoeding ter hoogte van de huurprijs over de periode vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de ontruiming van het gehuurde;
- Als een huurder een deel van het gehuurde gebruikt voor hennepkweek anders dan voor eigen gebruik, is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst (rov. 3.6).
- Als, zoals Thuisvester stelt, sprake was van vijftien hennepplanten in de achtertuin van [geïntimeerde] , kan in beginsel worden aangenomen dat sprake was van beroeps- of bedrijfsmatige teelt (rov. 3.8).
- Mede gelet op het door [geïntimeerde] gevoerde verweer, kan niet worden uitgesloten dat in het door de politie opgestelde proces-verbaal een vergissing is gemaakt ten aanzien van het aantal hennepplanten. Thuisvester draagt de bewijslast van haar stelling (rov. 3.9).
- Omdat Thuisvester er niet in is geslaagd om te bewijzen dat op 20 september 2017 in de achtertuin van [geïntimeerde] vijftien hennepplanten van ongeveer 1 tot 1,5 meter zijn aangetroffen, is niet komen vast te staan dat [geïntimeerde] beroeps- of bedrijfsmatig hennep heeft gekweekt en aldus in strijd met de woonbestemming heeft gehandeld (eerste rov. 2.11).
- Als al aangenomen zou worden dat [geïntimeerde] in de nakoming van de huurovereenkomst is tekortgeschoten, dan rechtvaardigt die tekortkoming in dit geval niet de ontbinding van de huurovereenkomst (tweede rov. 2.11).
- De vorderingen van Thuisvester moeten daarom worden afgewezen (rov. 2.12).
kanworden gehouden met de normen die in de Aanwijzing Opiumwet zijn opgenomen ten aanzien van de teelt van hennep. Sinds 1 maart 2015 geldt de huidige versie van de Aanwijzing Opiumwet (Stcrt. 2015, 5391). Ten tijde van het aantreffen van de hennepplanten bij [geïntimeerde] gold deze versie ook. In de aanwijzing is onder 3.2.1 voor het al dan niet strafrechtelijk optreden een onderscheid gemaakt tussen twee situaties: er is sprake van ofwel beroeps- of bedrijfsmatige teelt, ofwel geen beroeps- of bedrijfsmatige teelt. De Aanwijzing vermeldt als factoren die een rol spelen bij de vaststelling van hetgeen beroeps- of bedrijfsmatige teelt is:
- De schaalgrootte van de teelt: de hoeveelheid planten; Bij een hoeveelheid van vijf planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.
- De mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc. Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
- Het doel van de teelt. Indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
- A. de huurpenningen over de periode tot de dag van ontbinding van de huurovereenkomst;
- B. een gebruiksvergoeding ter hoogte van de huurprijs over de periode vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot aan de ontruiming van het gehuurde.
4.De uitspraak
- ontbindt per heden de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] te [plaats] ;
- veroordeelt [geïntimeerde] het gehuurde binnen twee maanden na betekening van dit arrest te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze goederen niet het eigendom van Thuisvester zijn, en, met afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van Thuisvester te stellen;
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Thuisvester per dag een gebruiksvergoeding te voldoen vanaf de datum van dit arrest (datum van ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst) tot de dag waarop Thuisvester weer de beschikking over het gehuurde gelegen te [postcode] [plaats] aan de [adres] heeft gekregen, gerelateerd aan de hoogte van de ten tijde van de inleidende dagvaarding van 18 januari 2018 geldende huur van € 543,67 per maand, afgerond op € 17,87 per dag;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in eerste aanleg, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Thuisvester op € 98,01 aan dagvaardingskosten, € 119,-- aan griffierecht en op € 900,-- aan salaris gemachtigde;