Appellante heeft op 19 november 2014 een exploitatievergunning aangevraagd voor een seksinrichting. De gemeente weigerde deze vergunning aanvankelijk op basis van een Bibob-onderzoek, maar de rechtbank stelde in 2016 vast dat deze weigering onterecht was en vernietigde het besluit. Vervolgens verleende de burgemeester de vergunning in augustus 2016.
Appellante stelde de gemeente aansprakelijk voor de schade die zij heeft geleden door de onrechtmatige weigering, begroot op €177.279,-. De gemeente erkende het onrechtmatig handelen maar betwistte het causaal verband en de omvang van de schade. De rechtbank wees de vordering af omdat er geen positief resultaat was behaald in de schadeperiode.
In hoger beroep werd appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen een tussenvonnis en werd de zaak verwezen voor nadere aktewisseling over een mogelijke comparitie. Het hof hield verdere beslissing aan. De procedure richt zich op de vraag of en in hoeverre de gemeente aansprakelijk is voor de geleden schade door de onrechtmatige weigering.