In deze civiele procedure vordert appellant de voeging van twee aanhangige zaken bij hetzelfde gerechtshof, omdat deze zaken verknocht zijn en hetzelfde onderwerp en partijen betreffen. Het hof bevestigt dat de vordering tot voeging tijdig en gegrond is op grond van de relevante procesrechtelijke bepalingen.
Het hof overweegt dat de zaken inderdaad verknocht zijn, aangezien het om één en dezelfde zaak gaat die in eerste aanleg in meerdere vonnissen is behandeld. De voeging wordt toegewezen, met behoud van zelfstandigheid van de vorderingen en zonder dat partijen automatisch in beide zaken partij worden.
Verder beslist het hof dat de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord, en verdere beslissingen worden aangehouden.