ECLI:NL:GHSHE:2020:411
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bank mag eenzijdig renteopslag wijzigen binnen contractuele bevoegdheid en zorgplicht niet geschonden
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de Coöperatieve Rabobank U.A. terecht eenzijdig de renteopslag op hypothecaire leningen aan [geïntimeerde], een professionele vastgoedinvesteerder, had verhoogd. De bank had de opslag verhoogd in 2016 en 2017, terwijl de klant stelde dat dit in strijd was met de zorgplicht uit artikel 2 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) en dat de verhoging onzorgvuldig en onredelijk was.
De rechtbank had de vordering van [geïntimeerde] deels toegewezen en geoordeeld dat de verhogingen in strijd waren met de zorgplicht. De bank ging in hoger beroep en voerde aan dat zij bevoegd was de opslag te wijzigen op grond van artikel 25 van Pro de Algemene Voorwaarden bedrijfsfinancieringen (AV) en dat de zorgplicht niet als zelfstandige grondslag kan worden gebruikt om die bevoegdheid te beperken.
Het hof oordeelde dat de bank inderdaad een contractuele eenzijdige wijzigingsbevoegdheid heeft en dat de zorgplicht uit artikel 2 ABV Pro onderdeel is van het toetsingskader, maar niet leidt tot een zelfstandige beperking van die bevoegdheid. De bank hoefde niet uit te leggen hoe de opslag precies was berekend, mede omdat [geïntimeerde] als professionele partij werd aangemerkt. De verhogingen waren marktconform en de bank had rekening gehouden met relevante omstandigheden zoals de executiewaarde van het onderpand. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering af en veroordeelde [geïntimeerde] tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen met wettelijke rente en tot betaling van de hogere opslag vanaf 2016 en 2017 met wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de klant af en bevestigt dat de bank de renteopslag eenzijdig mag verhogen binnen de contractuele bevoegdheid zonder schending van de zorgplicht.