Uitspraak
[verzoeker 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[verzoeker 6] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft de gemachtigde van meerdere verzoekers een herhaald wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het verzoek betrof onder meer het verwijt dat het hof voorrang gaf aan nationale wetgeving zonder de Unierechter te consulteren, en dat er sprake zou zijn van onpartijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk getoetst aan eerdere beslissingen en jurisprudentie, en geoordeeld dat de gronden voor wraking feitelijk niet onderbouwd zijn. Er is geen sprake van een digitale zitting, noch van een weigering van de gemachtigde in de onderhavige zaken. Ook onjuiste rechtskundige standpunten en motiveringen kunnen niet leiden tot wraking tenzij er sprake is van duidelijke vooringenomenheid.
Omdat het wrakingsverzoek grotendeels een herhaling was van eerder afgewezen verzoeken, werd het als kennelijk ongegrond en misbruik van recht aangemerkt. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken van dezelfde gemachtigde niet in behandeling worden genomen om onnodige vertraging van de hoofdzaak te voorkomen.
De beslissing is op 30 september 2020 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het hof, waarbij tevens werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken van dezelfde gemachtigde worden niet in behandeling genomen.