Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/317776/HA ZA 17-126)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 25 mei 2018;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
meer(cursivering hof) clinics te verkopen. [appellant] stelt dat [geïntimeerde] ten tijde van dat plan nog geen enkele clinic had georganiseerd. Met grief 2 betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte in 2.8. van het bestreden vonnis heeft vastgesteld dat [appellant] in een evaluatiegesprek heeft uitgesproken dat zijn werkzaamheden op
korte(cursivering hof) termijn resultaten zouden opleveren. [appellant] betoogt dat hij - en ook [geïntimeerde] - in gesprekken het vertrouwen hebben uitgesproken dat de door hem verrichte werkzaamheden uiteindelijk resultaten zouden opleveren. Het hof zal de beide cursieve woorden in de navolgende feitenvaststelling achterwege laten nu de juistheid daarvan tussen partijen niet vaststaat.