ECLI:NL:GHSHE:2020:64
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetebeschikking inkomstenbelasting ondanks detentie en financiële omstandigheden
Belanghebbende is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant die de boetebeschikking inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013 had verminderd van €8.037 naar €7.233. De boete was opgelegd naar aanleiding van een strafrechtelijke veroordeling wegens hennepteelt.
Het Hof heeft het onderzoek ter zitting gehouden en vastgesteld dat belanghebbende momenteel gedetineerd is en geen inkomen geniet. Desondanks is gebleken dat beslag ligt op contanten en een ring die een groot deel van de openstaande belastingschuld kunnen dekken. Belanghebbende heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie om een vermindering of vernietiging van de boete te rechtvaardigen.
Het Hof oordeelt dat de boetebeschikking passend en geboden is, mede omdat de openstaande belastingschuld grotendeels kan worden voldaan uit de beslagen goederen. De eerdere matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn door de Rechtbank blijft gehandhaafd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de boetebeschikking van €7.233 en verklaart het hoger beroep ongegrond.