Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/328234/ HA ZA 17-186)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-12-formulier van 8 november 2019 door mr. Linssen toegezonden producties, die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
Vordering I: € 1.498.842,81 + p.m. wettelijke rente
“3.12 (…) Vooropgesteld dient te worden dat [het melkveebedrijf] toerekenbaar te kort is geschoten in haar verplichtingen jegens [geïntimeerde] door tot vervreemding van het melkquotum over te gaan, van welke verkoop zij [geïntimeerde] ook niet in kennis heeft gesteld. Daarbij komt, dat de verkoop in delen, over een langere tijdsspanne en aan diverse kopers heeft plaatsgevonden, zonder dat [geïntimeerde] bekend was met het aantal en de namen van de diverse kopers. [geïntimeerde] is pas na het verstrijken van een bepaalde tijdsperiode van de verkoop op de hoogte geraakt, terwijl hij op het moment van kennisname nog niet gerechtigd was om tot executie over te gaan, bij gebreke van opeisbaarheid van de vorderingen.”.